Benieuwd hoe je turnscore écht tot stand komt? Je ontdekt helder het verschil tussen D- en E-score, de rol van neutrale aftrek en waar je per toestel – ook in jeugdwedstrijden – de meeste punten kunt winnen. Met handige strategieën voor compositie, uitvoering en landingen kies je een slimme startwaarde en scoor je meteen hoger én stabieler.

Puntentelling turnen: basis en termen
Wil je snappen hoe je turnscore tot stand komt? Deze basis- en vaktermen helpen je het jurybriefje te lezen.
- D-score (moeilijkheid) en samenstellingseisen: de optelsom van de moeilijkste elementen in je oefening, aangevuld met verplichte samenstellingseisen en eventuele bonus voor verbindingen. Elk element heeft een letterwaarde die stijgt met de moeilijkheid; slimme combinaties verhogen je startwaarde zonder onnodig risico.
- E-score (uitvoering) en aftrek (incl. neutrale aftrek): start op 10,0 en daarop volgen aftrekken voor uitvoering, zoals vormfouten, houdingsverlies, onzuivere lijnen en onstabiele landingen. Deze aftrekken zijn gestandaardiseerd (klein/middel/groot). Neutrale aftrek staat los van uitvoering, bijvoorbeeld voor tijdsoverschrijding, buiten de vloer stappen, coachhulp of procedurefouten.
- Eindscore berekenen: zo lees je je score turnen: Eindscore = D-score + E-score – neutrale aftrekken. Op het scorebriefje zie je meestal afzonderlijk D, E en de totaalstand; controleer of je samenstellingseisen en verbindingen zijn meegeteld en hoeveel uitvoering en neutralen zijn afgetrokken.
Met deze basis zie je in één oogopslag waar je punten wint of verliest. In de rest van de blog zoomen we in op toestellen, jeugdregels en slimme scorestrategie.
D-SCORE (moeilijkheid) en samenstellingseisen
De D-score is je startwaarde: de optelsom van de moeilijkste elementen die in je oefening meetellen, aangevuld met samenstellingseisen en eventuele bonus voor verbindingen. Elk element heeft een letterwaarde (A, B, C, …); hoe hoger de letter, hoe meer punten. Alleen een beperkt aantal elementen telt mee, en herhalingen leveren geen extra D op, dus je kiest slim welke skills je laat waarderen. Samenstellingseisen zorgen voor balans in je oefening: je moet verschillende elementgroepen laten zien en vaak ook richting, hoogte of overgangen variëren, afhankelijk van het toestel.
Mis je zo’n eis, dan laat je vaste D-punten liggen. Verbindingsbonus krijg je wanneer je moeilijkheid vloeiend aan elkaar koppelt. Bij sprong heeft elk sprongtype een vaste D-waarde. In jeugdcompetities gelden vaak limieten en verplichte onderdelen, maar het principe blijft hetzelfde: bouw je D bewust op.
E-SCORE (uitvoering) en aftrek (incl. neutrale aftrek)
De E-score meet hoe netjes je turnt en start op 10,0; elke uitvoeringsfout wordt eraf gehaald. Denk aan vorm (gebogen knieën, voeten uit elkaar), techniek en amplitude, ritme, dynamiek en landingen. Aftrekken zijn gestandaardiseerd: klein 0,1, middel 0,3, groot 0,5, en een val is 1,0. Stappen of huppeltjes bij de landing kosten punten, een grote uitpas nog meer; strak strekken, lijnen sluiten en gecontroleerd afwerken levert je dus direct winst op.
Artistieke aspecten op balk en vloer tellen ook mee in E, bijvoorbeeld expressie en verbinding met de muziek. Neutrale aftrekken staan los van je uitvoering en D-score: tijdsoverschrijding, buiten de lijnen, kleding- of muziekfouten of ongeoorloofde hulp. Die neutrale penalties gaan pas na D + E van je totaalscore af, waardoor je eindcijfer zakt.
Eindscore berekenen: zo lees je je score turnen
Je eindscore ontstaat in drie stappen: je D-score (moeilijkheid) wordt opgeteld bij je E-score (uitvoering) en daarna trek je eventuele neutrale aftrekken eraf. De E-score komt uit meerdere juryleden: extreme cijfers worden weggelaten en de rest wordt gemiddeld, zodat je een eerlijk uitvoeringsoordeel krijgt. Een simpel voorbeeld: D 5,3 + E 8,4 = 13,7; met 0,3 neutrale aftrek (bijvoorbeeld buiten de lijnen) blijft 13,4 over.
Zo kun je meteen zien waar winst zit: verhoog je D met slimme verbindingen of pak E-punten door strakker te turnen en beter te landen. Bij sprong in een toestelfinale telt vaak het gemiddelde van twee verschillende sprongen. Onthoud: een hoge D kan helpen, maar een stabiele E houdt je score betrouwbaar.
[TIP] Tip: Leer D-score en E-score, oefen nette landingen voor minder aftrek.
Toestellen en disciplines: waar zitten de punten
In deze vergelijking zie je per toestel/discipline waar je vooral D-punten (moeilijkheid) scoort en waar de meeste E-aftrekken (uitvoering) vallen, plus korte compositie- en neutraletips.
| Toestel / discipline | Waar zit de D-score (moeilijkheid)? | Typische E-aftrekken (uitvoering) | Compositie & neutrale aandachtspunten |
|---|---|---|---|
| Vloer (dames & heren) | Hoge waarde voor acroseries (voor- en achterwaarts), verbindingen en sprongen/leaps; bij dames telt ook dans/artistieke compositie mee in de D via samenstellingseisen. | Stappen/duiken bij landingen, gebrek aan hoogte/afstand, gebogen knieën/tenen; bij dames ook artistieke uitvoering en synchronisatie met muziek. | Compositie: variatie in acro en dans (dames); meerdere passes. Neutraal: buiten de vloer lijnen en overtijd leveren neutrale aftrek op; bij dames is optreden zonder muziek neutraal bestraft. |
| Sprong (dames & heren) | D-score is de vaste tabelwaarde per sprongtype (bijv. Yurchenko, Tsukahara, handspring); geen verbindingen. | Onjuiste handplaatsing, lage vlucht/afstand, pike/oversplitsing in de lucht, asymmetrie, grote stap of val bij landing. | Meer kamp: 1 sprong; toestelfinale: 2 verschillende sprongen. Neutraal: buiten landingsvlak of materiaalovertredingen (aanloop/afzet) kunnen neutrale aftrek geven. |
| Brug ongelijk (dames) / Rek (heren) | Vluchtelementen en overgangen (brug), release-regrasp en wendingen (rek), variatie in grepen; hoge afsprongwaarde en verbindingen verhogen D. | Gespreide benen, gebogen armen, onvoldoende amplitude/handstand, extra zwaaien of ritmebreuk, lage afsprong of stap/val. | Compositie: elementgroepen afdekken (vlucht, wending, verschillende grepen, afsprong). Neutraal: materiaalovertredingen/ongeoorloofde hulp kunnen neutrale aftrek geven. |
| Balk (dames) | D komt uit acroseries (voor/achter), danssprongen/leaps, pirouettes en verbindingen; hoge afsprong helpt de startwaarde. | Wiebels/balansverlies, stops, lage amplitudes, korte sprongen, stap/val bij landingen; artistieke gebreken. | Compositie: mix van acro en dans plus afsprong vereist. Neutraal: overschrijding tijdslimiet geeft neutrale aftrek. |
| Voltige (heren) | D stijgt met cirkels, travels, wijdsteun, Russische wendingen en combinaties zonder onderbreking. | Been- en heupspreiding, ritmebreuk, steun op dijen, pikhouding, afglijden/val of onzuivere afsprong. | Compositie: doorlopende swing, verschillende elementgroepen. Neutraal: materiaalovertredingen kunnen neutrale aftrek veroorzaken. |
Kern: D-punten komen uit moeilijkheid en slimme verbindingen per toestel, terwijl de meeste E-aftrek valt op amplitude, ritme en landingen. Ken per toestel de compositie-eisen en vermijd neutrale aftrek (lijnen, tijd, materiaal) voor een veilige eindscore.
Waar je punten pakt, verschilt per toestel en discipline. Bij sprong kies je een sprong met een vaste D-waarde; de winst zit in een zuivere afzet, hoogte en een strakke landing voor E. Op brug ongelijk (dames) en herenbrug bouw je D via vluchtelementen, richtingswissels en overgangen; E draait om ritme, lichaamslijn en handstanden die echt tot 180 graden worden geraakt. Balk combineert acrobatiek met dans; je scoort D met series en sprongen met voldoende spreid- of draaihoek, terwijl E let op stabiliteit, expressie en een gecontroleerde afsprong.
Vloer vraagt om acrolijnen met hoogte en controle; bij dames telt artistiek werk met muziek mee, bij heren draait het zonder muziek om kracht, amplitude en netheid. Op voltige (paard met bogen) haal je D uit cirkel- en pendelwerk, travels en spindels, met E-aftrek voor haperingen. Ringen vragen om kracht- en zwaaielementen met echte stilstanden; elke trill of wiebel kost E. Op rek pak je D met vluchten en losom-combinaties; perfecte greepwissels, rechte lichaamshouding en stuck landingen leveren E-winst.
Dames: sprong, brug, balk en vloer in het kort
Bij sprong kies je een sprong met een vaste D-waarde; je pakt vooral winst met een krachtige blok, veel hoogte en een strakke landing zonder stappen. Op brug ongelijk bouw je D met vluchtelementen, richtingswissels en handstanden tot exact verticaal, terwijl je E-score valt of staat met ritme, swing en rechte lichaamslijnen. Balk vraagt om acro- én dansseries: D haal je uit verbindingen en sprongen met echte 180 graden, E verlies je bij wiebels, correcties en een onzekere afsprong.
Op vloer scoor je D met sterke acrolijnen, draaiwerk en sprongen, en hou je E hoog met controle bij landingen, amplitude, nette vorm én muziekinterpretatie die je choreo geloofwaardig maakt. Zo weet je per toestel waar je punten liggen.
Heren: vloer, voltige, ringen, sprong, brug en rek in het kort
Op vloer pak je D met krachtige acrolijnen, schroeven en soms steunwerk; voor E draait het om hoogte, controle en strakke landingen zonder stappen. Op voltige bouw je D met cirkels, travels, spindles en scharen; ritme en continuïteit zijn cruciaal, elke hapering kost E. Ringen vragen om kracht- én zwaaielementen met echte stilstanden van circa twee seconden; trillingen, losse schouders of niet-verticale handstanden leveren aftrek op.
Bij sprong kies je een sprong met vaste D; je scoort door recht in te vliegen, veel hoogte te halen en je landing te “sticken”. Op brug verdien je D met overgangen en wendels naar handstand; buigingen of te late stops drukken E. Op rek haal je D uit vluchten en greepwissels; nette lichaamshouding, regrips en een gecontroleerde afsprong houden je E hoog.
[TIP] Tip: Bestudeer code per toestel; scoor via verbindingen, houd landingen stil.

Puntentelling turnen jeugd: niveaus en regels
In de jeugd werk je met aangepaste regels die je ontwikkeling centraal zetten, terwijl de basis D + E gelijk blijft. Afhankelijk van je leeftijd en niveau turn je verplichte oefenstof of een beperkte keuze-oefening met duidelijke samenstellingseisen, zodat je alle elementgroepen leert. Je D-score is meestal begrensd: er geldt een limiet op het aantal elementen dat meetelt en op de maximale moeilijkheid, zodat je niet te vroeg te veel risico neemt. Verbindingsbonus kan beschikbaar zijn, maar vaak met een plafond of alleen voor specifieke combinaties.
De E-score volgt dezelfde logica als bij senioren, met aftrek voor uitvoering, houding, amplitude en landingen; artistieke eisen zijn op jonge leeftijd iets lichter, maar ritme en expressie blijven meetellen op balk en vloer. Neutrale aftrekken, zoals tijdsoverschrijding of buiten de vloerlijnen, gelden ook in de jeugd. Per toestel zijn de accenten anders, maar je bouwt overal stap voor stap op: veilig, technisch zuiver en volledig. Zo leer je je oefening slim samen te stellen binnen de regels en haal je stabiel punten.
Verplichte oefenstof, bonus en limieten op moeilijkheid
In de jeugd werk je vaak met verplichte oefenstof: een vaste set elementen en soms een voorgeschreven volgorde die je per toestel moet laten zien. Zo leer je alle basisgroepen en mis je geen samenstellingseisen; laat je iets weg of voer je het niet volgens de richtlijn uit, dan mis je D-punten. Om ambitie te belonen is er meestal beperkte bonus, bijvoorbeeld voor nette verbindingen of een extra moeilijk element, maar alleen binnen veilige kaders.
Tegelijk gelden limieten op moeilijkheid: slechts een beperkt aantal elementen telt mee, er is een maximum startwaarde per toestel en bepaalde risicovolle skills zijn in lagere niveaus niet toegestaan. Het effect is duidelijk: je bouwt je D gecontroleerd op, terwijl je E-score centraal blijft staan. Zo groei je technisch stabiel door naar hogere niveaus zonder onnodig risico.
Je score lezen bij jeugdwedstrijden: wat betekenen de cijfers
Op het scorebord zie je meestal je totaalscore én de onderdelen: D (moeilijkheid), E (uitvoering) en soms N of Pen voor neutrale aftrek. De basis is simpel: D + E – neutraal = eindcijfer. In de jeugd is je D vaak begrensd door het niveau, dus je startwaarde kan niet onbeperkt omhoog; zo blijft de focus op netjes turnen. De E-score komt uit meerdere juryleden en wordt gemiddeld, waardoor uitschieters minder tellen.
Neutrale aftrek gaat niet over uitvoering maar over zaken als tijdsoverschrijding, buiten de lijnen of een kledingfout. Een voorbeeld maakt het duidelijk: D 3,8 + E 8,7 – 0,3 = 12,2. Bij gelijke totaalscores beslist vaak de hogere E, dus strak en gecontroleerd turnen loont altijd.
[TIP] Tip: Prioriteer uitvoering en landingen; minimaliseer aftrekken voor hogere totaalscore.

Slimmer scoren: praktische tips en strategie
Wil je slimmer scoren zonder extra risico? Zet in op een stabiele startwaarde, strakke uitvoering en een logisch opgebouwde routine.
- Compositie en verbindingen: kies elementen die je beheerst, voldoe aan alle samenstellingseisen en gebruik alleen verbindingen die je 8-9 van de 10 keer haalt. Plaats energie-intensieve series vroeg in de oefening en test volgordes via trainingswedstrijden of videoanalyse om veilige extra D te vinden.
- Aftrek voorkomen: jaag op “gratis” E-winst met handstanden tot verticaal, rechte lijnen, actieve teenpoint, gecontroleerd ritme en landingen die je sticht met een kleine buiging en snelle stabilisatie. Op balk en vloer zorg je voor duidelijke accenten en expressie; minimaliseer neutrale aftrek door tijd, lijnen, kleding en coachingregels te respecteren.
- Startwaarde kiezen: ga voor de hoogste startwaarde die je consistent haalt; een iets lagere D met schone uitvoering scoort vaak hoger dan een riskante set. Werk met een zekere “wedstrijdset” en een “plusset” als backup, en baseer keuzes op cijfers (succespercentages, E-aftrek, valkans) in plaats van gevoel.
Train zoals je wilt wedijveren: elke turn is een generale repetitie. Zo verzamel je stabiel D en maximale E zonder onnodig risico.
Compositie en verbindingen: veilig meer D
Meer D scoor je vooral door je compositie slim te bouwen en veilige verbindingen te kiezen die je consequent haalt. Begin met alle samenstellingseisen af te dekken en voeg daarna verbindingen toe die je ritme niet breken. Directe verbindingen zonder tussenstop leveren vaak bonus, maar elke extra pas, wiebel of swing kan de credit kosten. Op balk en vloer werken vaste acro- en dansseries goed als je ze strak achter elkaar turnt; op brug kies je voor vloeiende overgangen en vluchtelementen die logisch op elkaar aansluiten; op sprong zit je D in de keuze van sprong, niet in verbindingen.
Vermijd herhalingen die geen extra D opleveren en mix elementgroepen zodat je waardering maximaal is. Test je combinaties op consistentie (bijna altijd raak) en bouw een veilige back-up in voor wedstrijddruk. Zo verhoog je je startwaarde zonder onnodig risico.
Aftrek voorkomen: uitvoering, landingen en presentatie
Je voorkomt aftrek door basics strak te houden: rechte lichaamslijnen, voeten sluiten, tenen pointen, heupen volledig strekken en handstanden echt verticaal raken. Behoud ritme en amplitude zonder extra swings of tussenpassen, en voorkom losse armen of gehaaste overgangen. Landingen bereid je in de lucht voor: spot de vloer, breng je voeten onder je heupen, demp zacht via enkels en knieën, houd je borst omhoog en sluit je voeten snel om te “sticken” zonder bijstap.
Presentatie telt vooral op balk en vloer: toon intentie met duidelijke accenten, actieve houding, gecontroleerde armposities en een vaste ooglijn. Vermijd slappe tussenposes of twijfel in mimiek. Automatiseer afwerkingen na elk element, zodat je consequent nette E-punten behoudt.
Startwaarde kiezen: risico versus zekerheid
Je startwaarde komt uit je D-score, maar slim kiezen betekent verder kijken dan alleen moeilijkheid. Weeg de verwachte winst af tegen het risico: levert een extra tiende D eigenlijk minder op dan de kans op 0,5 E-aftrek of zelfs een val van 1,0? Reken met je eigen trefkans uit training en oefenwedstrijden en kies elementen die je vrijwel altijd haalt. In meerkamp of teamwedstrijden is consistentie goud waard; in een toestelfinale kun je iets meer risico nemen als je podiumkansen anders klein zijn.
Dek eerst alle samenstellingseisen af, bouw daarna D met veilige verbindingen en houd een back-up klaar voor wedstrijddruk. Plaats zwaardere skills waar je nog fris bent en minimaliseer neutrale aftrek. Zo kies je een startwaarde die scoort én betrouwbaar blijft.
Veelgestelde vragen over puntentelling turnen
Wat is het belangrijkste om te weten over puntentelling turnen?
De eindscore bestaat uit D-score (moeilijkheid, verbindingen en samenstellingseisen) plus E-score (uitvoering, start op 10) minus neutrale aftrek. D bepaalt jouw startwaarde; E telt aftrek voor techniek, amplitude, landingen en presentatie.
Hoe begin je het beste met puntentelling turnen?
Begin met het kennen van termen en toestelspecifieke eisen. Bouw oefeningen die alle samenstellingseisen dekken, met veilige verbindingen voor bonus. Focus op strakke uitvoering en gecontroleerde landingen. Evalueer scores samen met trainer, pas startwaarde aan.
Wat zijn veelgemaakte fouten bij puntentelling turnen?
Veel punten gaan verloren door gemiste samenstellingseisen, te ambitieuze moeilijkheid met slordige uitvoering, tijdsoverschrijding en apparaatwijzigingen (neutraal), onzekere landingen, ontbrekende presentatie, en bij jeugd: overschrijden moeilijkheidslimieten of vergeten verplichte elementen en bonussen.























