Elegant en explosief: perfectioneer de edvardsen in turnen

De Edvardsen is een elegant én explosief eponiem element dat je D-score kan boosten-mits je techniek, spanning en timing kloppen. Ontdek hoe je het veilig en slim opbouwt met progressies en spotting, waar juryleden exact op letten voor een hoge E-score, en hoe je het strategisch in je oefening verbindt voor extra bonus. En ja: we benoemen ook het verschil met de Noorse voetballer Oliver Edvardsen, zodat je gericht kunt zoeken en trainen.

Wat betekent ‘edvardsen’ in turnen

In turnen is ‘Edvardsen’ de naam van een eponiem element: een officieel erkende vaardigheid in de Code of Points die de naam draagt van de turner die het als eerste succesvol op een groot toernooi heeft laten zien en laten registreren. Zo’n naam zegt dus niet alleen wie het primeur had, maar ook dat het element een vaste technische omschrijving en een moeilijkheidswaarde (letter, zoals D/E/F) heeft gekregen. Met ‘Edvardsen’ bedoel je in dit kader een specifieke acrobatische beweging met duidelijke instap, rotatie en uitkomst; de exacte invulling hoort bij de discipline en het toestel waarvoor het is vastgelegd, terwijl de kernkenmerken in iedere cyclus herkenbaar blijven. Waarom is dat relevant voor jou? Omdat de Edvardsen, net als andere eponieme skills, je D-score kan verhogen en strategische combinaties mogelijk maakt, mits je de uitvoeringseisen strak beheerst.

Je herkent het in wedstrijdmateriaal aan de naam- en lettercodering, en judges letten vooral op hoogte, richting, lichaamsspanning, schroef- en hoekcontrole en een gecontroleerde landing. Let erop dat de Code of Points periodiek wordt geactualiseerd, waardoor benaming, verbindingbonus en letterwaarde kunnen schuiven. Zoek je op ‘oliver edvardsen turnen’: dat is een voetballer, geen turnelement. In dit artikel lees je hoe je het Edvardsen-element technisch benadert, veilig aanleert en slim in je oefening integreert.

Wat is het edvardsen-element (discipline, toestel, moeilijkheidsgraad)

Het Edvardsen-element is een eponiem in de FIG Code of Points voor artistiek turnen: een officieel vastgelegd onderdeel dat de naam draagt van de turner die het als eerste op een groot toernooi heeft neergezet. De discipline is artistiek turnen (MAG/WAG), waarbij elk eponiem altijd aan één toestel is gekoppeld en in de toestel-sectie van de Code is beschreven met een korte technische omschrijving, een elementnummer en een moeilijkheidswaarde. Die moeilijkheidswaarde wordt uitgedrukt in letters (A = eenvoudig tot I/J = extreem moeilijk) en bepaalt direct je D-score.

Het Edvardsen-element valt, zoals veel eponieme vlucht- of schroevelementen, in de midden- tot hogere waardecategorie en is bedoeld voor gevorderde turners met solide basistechniek. Let erop dat letterwaarden en details per olympische cyclus kunnen wijzigen; check dus altijd de meest recente Code of Points of je bondsafspraken voor de actuele indeling en toestelbeschrijving voordat je het in je oefening opneemt.

Eponieme elementen: hoe namen en waardes ontstaan in de code of points

Een eponiem element krijgt zijn naam wanneer je als eerste een nieuwe vaardigheid succesvol laat zien op een officieel FIG-toptoernooi, meestal het WK of de Olympische Spelen. Je dient de skill vooraf in bij de technische commissie, zodat die weet wat je gaat presenteren. Voer je het element vervolgens volgens de regels uit (geen val, geen illegale hulp of extra hulpmiddelen) dan beoordeelt de commissie de techniek, plaatst het in de juiste elementgroep en koppelt er een moeilijkheidswaarde aan, uitgedrukt in letters van A (makkelijk) tot zeer hoog.

De naam van de turner wordt aan het element verbonden en de omschrijving verschijnt in een FIG-publicatie en daarna in de Code of Points. Waardes kunnen in een nieuwe cyclus worden bijgesteld; ook voor de Edvardsen geldt dit proces.

Zoek je ‘oliver edvardsen turnen’? dit is het verschil met de voetballer

Als je zoekt op ‘oliver edvardsen turnen’ kom je vaak uit bij Oliver Edvardsen, een Noorse profvoetballer, en dat is iets heel anders dan wat je in turnen bedoelt. In turnen verwijst ‘Edvardsen’ naar een eponiem element in de Code of Points: een specifieke vaardigheid die de naam draagt van de turner die het als eerste officieel heeft laten registreren. Het gaat dus om een technisch gedefinieerd element met een vaste moeilijkheidswaarde, niet om de voetbalspeler.

Wil je informatie over het turnelement, verfijn dan je zoekopdracht met termen als “FIG”, “Code of Points” of “element Edvardsen”, of zoek binnen het toestel waarop het element thuishoort. Zo krijg je technische uitleg, waardering en uitvoeringseisen in plaats van voetbalnieuws.

[TIP] Tip: Leer Edvardsen in progressies: trampoline, schuimput, dan vloer met spotter.

Techniek en uitvoering

Techniek en uitvoering

Bij het Edvardsen-element draait alles om timing, lijn en spanning. Je bouwt eerst efficiënt energie op in de instap en afzet, zodat je voldoende hoogte en snelheid hebt om de rotatie en eventuele schroef gecontroleerd te maken. Houd je romp in een strakke hollow (bolle spanning waarbij je ribben “in” blijven en je bekken licht gekanteld is) en vermijd een holle rug, want dat kost hoogte en controle. De rotatie start uit de heupen en schouders, niet uit losse armzwaaien; je sluit kort om snelheid te genereren en opent op tijd om de landing te kunnen “spotten” en je hoeken te organiseren.

Voor een judge-proof uitvoering let je op rechte knieën, gestrekte tenen, symmetrische schouderlijn en minimale armzwaai bij de landing. Typische aftrekken ontstaan door vroeg of laat openen, gespreide benen, losse voeten, verdraaide heupen of stapjes en hops bij de afsprong. Per toestel verschilt de instap, maar de principes blijven gelijk: voldoende amplitude, zuivere richting, stabiele lichaamsspanning en een duidelijk gecontroleerde uitkomst die in één vloeiende lijn uitkomt. Zo benut je de D-waarde zonder onnodige E-aftrek.

Kernmechanica: afzet, rotatie/vlucht en landing

De afzet bepaalt alles: je zet kracht om in impuls en kiest de juiste hoek zodat je zwaartepunt genoeg hoogte en richting krijgt voor het Edvardsen-element. Denk aan een stevige lijn vanuit voeten, core en schouders; je houdt druk tot het laatste moment om energieverlies te voorkomen. In de vlucht behoud je je rotatiemoment door compact te sluiten en pas te openen wanneer je de vloer of het toestel “spottet”. Hoe compacter je sluit, hoe sneller je draait; openen stabiliseert en geeft tijd om hoeken en richting te organiseren.

Houd je lichaam lang en symmetrisch om slingeren te vermijden. De landing is geen toeval: je plant de voeten onder je projectielijn, vangt de impact op met enkels, knieën en heupen in één vloeiende demping, borst neutraal, armen stil, en je voorkomt stapjes door tijdig te openen en je heuplijn recht te houden.

Uitvoering en aftrek: judge-proof details die je punten opleveren

Voor een judge-proof Edvardsen draait het om strakke lijnen, perfecte timing en een gecontroleerde landing. Met deze details voorkom je aftrek en maak je je E-score robuust.

  • Lijnen en vorm: houd constante hollow spanning, knieën volledig gestrekt, tenen scherp gepoint en benen gesloten zonder schaar; bewaak een symmetrische schouder- en heuplijn in afzet en vlucht, want elke scheefstand kost direct aftrek.
  • Timing en vlucht: open gecontroleerd (niet te vroeg of te laat) zodat je de landing kunt spotten; behoud duidelijke richting en voldoende amplitude; vermijd pike of doorgezakte heupen wanneer het Edvardsen-element strak gestrekt hoort te zijn.
  • Landing en presentatie: mik op een stille stick met voeten onder je zwaartepunt, borst neutraal en armen stil; geen stapjes, hops of extra armzwaai; sluit af met een korte, zelfverzekerde presentatie voor maximale overtuiging.

Check deze punten consequent in video-analyse of met je coach. Zo wordt je Edvardsen niet alleen mooier, maar ook betrouwbaarder op wedstrijdmomenten.

[TIP] Tip: Sterke afzet, hol-bol overgang; sluit strak, open voor landing.

Training en progressies

Training en progressies

Voor het Edvardsen-element bouw je stap voor stap aan mobiliteit, kracht en timing, zodat je hoogte en controle op elk moment in de beweging behoudt. Begin met solide basiswerk: schoudermobiliteit en overhead-stabiliteit, heup- en enkelmobiliteit voor een strakke afzet, plus core-kracht en sprongkracht om je hollow spanning en blok te kunnen vasthouden. Leg vervolgens de technieklaag aan met veilige progressies: shapes en hollow-holds, handstand-pops voor schouderactie, snap-downs vanaf verhoogde matten, tramp- en schuimkuil-reps voor amplitude en ritme, en schroefdrills in delen zodat je rotatie pas versnelt als de lijn klopt.

Werk met spotting, lijnen of riem wanneer je de eerste echte pogingen maakt en gebruik videofeedback om openingsmoment en landingslijn te verfijnen. Bouw de belasting doserend op met korte, kwalitatieve sets en voldoende herstel, zodat je techniek niet uit elkaar valt door vermoeidheid. Je doel is consistentie: meerdere strakke herhalingen achter elkaar met dezelfde afzet, dezelfde vlucht en een voorspelbare, stille landing. Heb je dat, dan ben je klaar om het element in combinaties te plaatsen.

Basisvoorwaarden: mobiliteit, kracht en basiselementen

Om het Edvardsen-element veilig en strak uit te voeren heb je eerst een solide basis nodig. Je mobiliteit moet kloppen: voldoende schouderflexie en thoracale extensie voor een krachtige blok, soepele heupen voor lijnbehoud en genoeg enkel-dorsaalflexie om efficiënt te kunnen afzetten. Qua kracht draait het om een sterke core (hollow/arch-controle), explosieve sprongkracht, schouder- en scapula-stabiliteit en een robuuste posterior chain voor hoogte en richting.

Bouw dit op met gecontroleerde shapes, handstanddruk en landingskracht. Basiselementen die je al beheerst zijn onmisbaar: strakke handstandcontrole, een consistente rondat-flic of instapvariant per toestel, layouts met stabiele hollow, halve en hele schroeven in delen, en stille stick-landingen. Als deze voorwaarden staan, kun je progressies voor het Edvardsen veilig en met minder E-aftrek opbouwen.

Progressies en drills per fase

Bouw de Edvardsen stap voor stap op met gerichte drills per fase, zodat ritme, hoogte en controle elkaar logisch versterken. Werk pas door als de vorige stap consequent stabiel is.

  • Instap/afzet: ontwikkel ritme en blok met snap-downs vanaf een verhoogde mat, handstand-pops voor actieve schouders en rondat-flic naar strakke layout op rod floor of tumble track; doel = reproduceerbare hoogte, richting en strakke heuplijn.
  • Vlucht/rotatie: train shapes en timing via tramp- en schuimkuil-herhalingen; start met layouts met late opening, voeg daarna halve schroef toe en pas dan hele, met focus op symmetrie, compact sluiten en gecontroleerde spotting.
  • Landing: verfijn stabiliteit met drop-landings, stick-series en gecontroleerde rebounds; werk aan heup-onder-je, zachte knieën en stilstand zonder stapjes voor maximale uitvoering.

Gebruik bij de eerste volledige pogingen spotting, lijnmarkeringen of een riem, en film je herhalingen om openingstijd en heuplijn consistent te houden. Behoud de moeilijkheid pas als je landingen herhaaldelijk “stick” zijn.

Veiligheid: spotting, valtechniek en slimme inzet van matten

Veilig trainen voor het Edvardsen-element begint met goede spotting: laat een coach je eerste pogingen begeleiden, eventueel met een harnas of lijnen, zodat je hoogte en richting kunt zoeken zonder onnodig risico. Oefen valtechniek bewust: weet hoe je veilig “bailt” als je timing mist, kin in, armen niet overstrekken, rol door als je voorover komt en draai niet halverwege een mislukte schroef.

Zet je omgeving slim op met zachte landing: begin in de schuimkuil, ga dan naar een resi-mat en voeg een dunne “sting” bovenop voor gevoel in je landing. Stap matten op tot de juiste hoogte, leg zijmatten neer tegen afzwaaien en controleer vering, opstelling en vrije ruimte vóór elke set. Stop direct als vermoeidheid je techniek sloopt en bouw pas af als je herhalen kunt zonder stapjes.

[TIP] Tip: Train excentrisch en isometrisch; verhoog moeilijkheid pas na foutloze set.

Wedstrijd- en leerlijnstrategie

Je pakt het Edvardsen-element strategisch aan door je seizoensdoel, D-score en foutmarge op elkaar af te stemmen. In de leerlijn werk je eerst naar een stabiele hit-rate in training (minstens 8 op 10), daarna simuleer je wedstrijddruk met beperkte aanlopen en één kans per beurt. Plaats het element op een logisch punt in je oefening: na een betrouwbare opbouw die amplitude garandeert en vóór een fase waarin je weer ritme kunt herpakken. Check of je het element kunt verbinden voor bonus zonder dat je E-score instort; soms levert een losse plaatsing met perfecte uitvoering meer op dan een wankele combinatie. Bouw in je plan een downgrade in voor no-go-dagen, zodat je toch een volledige oefening scoort.

In de weken voor de wedstrijd schaal je volume af en behoud je intensiteit met korte, kwalitatieve herhalingen, vaste cues en een identieke wedstrijdroutine van warming-up tot aanloop. Gebruik video en judge-feedback om openingsmoment, richting en landingsgedrag te fine-tunen en leg meetbare criteria vast waarop je een startbeslissing neemt. Start met lage-drukwedstrijden om automatisme te kweken en schuif pas door naar hogere niveaus wanneer de uitvoering onder druk net zo strak blijft. Zo verzilver je de letterwaarde zonder onnodige risico’s en groeit je score duurzaam mee.

Wanneer voeg je het toe en hoe bouw je consistentie op

Je voegt het Edvardsen-element pas toe als je basis staat: stabiele hoogte, duidelijke richting en minimaal 8 op 10 raak in kuil of resi, gevolgd door 6 op 8 gecontroleerde landingen op wedstrijdondergrond in simulaties met één poging. Je E-aftrek moet laag blijven en je moet een veilige downgrade paraat hebben voor mindere dagen. Consistentie bouw je met vaste cues en routines: dezelfde aanloopmarkeringen, ademritme, pre-flight check en een heldere landingsfocus.

Train variatiebewust met verschillende opstellingen, licht vermoeid en onder drukmomenten, maar houd pogingen per set kort en kwalitatief. Log je hit-rate, stappen en openingsmoment, gebruik video om micro-aanpassingen te borgen en schaal in de wedstrijdweken het volume af terwijl je intensiteit en ritme behoudt. Zo blijft je uitvoering onder druk voorspelbaar en wedstrijdklaar.

Combineren met andere elementen voor bonus en flow

Je haalt meer uit het Edvardsen-element door het slim te koppelen voor combinatie- of seriesbonus zonder je E-score op te offeren. Plaats het na een betrouwbare opbouw die amplitude garandeert en kies een uitkomst die natuurlijk doorloopt naar je volgende skill, zodat je ritme en richting behoudt. Denk aan verbindingen die de rotatierichting benutten of juist een duidelijke richtingswisseling maken als de Code of Points daar extra voor beloont; per toestel gelden specifieke verbindingsregels, dus stem je volgorde daarop af.

Werk aan identieke aanloop- en landingscues, zodat je tempo constant blijft en je geen onnodige pauzes of between-swings creëert. Test je combinaties eerst in kuil en resi, verfijn het openingsmoment, en leg alleen die ketens vast die onder druk net zo strak blijven. Zo pak je bonus én bewaak je de flow.

Alternatieven en tussenstappen als het nog nét te zwaar is

Onderstaande vergelijking helpt je om een veerkrachtige leerlijn te kiezen wanneer het Edvardsen-element (eponiem, hoge moeilijkheid) nog nét buiten bereik is: je behoudt kernmechanica, maar verlaagt belasting en risico.

Alternatief / tussenstap Wat blijft gelijk aan het Edvardsen-element Wat wordt makkelijker / anders Wanneer inzetten
Minder rotatie/twist (zelfde entry en lichaamshouding) Aanloop/aanzet, blok/afzetlijn, romp- en heupverlenging, spotting van de landing Lagere rotatiesnelheid en impact; eenvoudiger timing en vormspanning te bewaken Als stap tussen volledige Edvardsen en basisvarianten; bij opbouw van consistentie
Zelfde afsprong/skill op zachte ondergrond (schuimkuil, extra matten, minitramp) Vluchtbaan, vorm (strak/gebogen), arm- en schouderactie, landingsoriëntatie Sterk verlaagde impact; meer herhalingen mogelijk met veilige correcties In techniekblokken en na blessures; voor het verfijnen van hoogte en lijn
Verkorte aanloop of vanuit stilstand (isoleert afzet) Schouderlift, heupdrive, hand- en voetplaatsing in de set-fase Minder snelheid om te managen; focus op timing en richting i.p.v. power Wanneer timing uiteenloopt of vormverlies optreedt bij volle snelheid
Vervangend wedstrijdelement uit dezelfde familie (lager risico) Richting van rotatie/twist en combinatieritme voor de leerlijn naar Edvardsen Hogere landingskwaliteit en minder aftrek; iets lagere moeilijkheid In wedstrijden voor scorezekerheid totdat Edvardsen >90% consistent is

Kernidee: behoud de Edvardsen-mechanica, verlaag tegelijk rotatie, snelheid of impact. Zo bouw je veilig consistentie op zonder onnodig startwaardeverlies in wedstrijden.

Als het Edvardsen-element nog net buiten bereik ligt, kies je voor slimme tussenstappen die je lijn en vertrouwen bewaren. Downgrade naar een layout zonder schroef of met een halve schroef, zodat je hoogte, timing en opening kunt borgen zonder dat de rotatiesnelheid je opslokt. Gebruik timers: maak dezelfde instap en vlucht, maar land gecontroleerd op rug of buik in kuil of op een resi-mat, zodat je het openingsmoment precies leert voelen.

Kies in wedstrijden desnoods voor een lager gewaardeerd alternatief dat je E-score hoog houdt; een foutloze uitvoering scoort vaak beter dan een wiebelige nieuwigheid. Werk ondertussen aan identieke aanloop, shapes en landingsfocus, en verhoog de moeilijkheid pas als je hit-rate onder druk stabiel blijft. Zo kom je consistent en veilig dichter bij de volledige uitvoering.

Veelgestelde vragen over edvardsen turnen

Wat is het belangrijkste om te weten over edvardsen turnen?

De Edvardsen is een eponiem turnelement, genoemd naar de gymnast die het eerst op een FIG-wedstrijd turnde, niet te verwarren met voetballer Oliver Edvardsen. Het vraagt afzet, gecontroleerde rotatie en landing; toestel en letterwaarde variëren.

Hoe begin je het beste met edvardsen turnen?

Start met basisvoorwaarden: mobiliteit schouders/heupen, core- en beenkracht, en solide basiselementen. Oefen progressies per fase met spotter en zachte matten, gebruik video-feedback, en stem techniek af op jouw toestel en bondsspecifieke eisen.

Wat zijn veelgemaakte fouten bij edvardsen turnen?

Veelvoorkomend: te late of zachte afzet, open schouders en heupen in de blokkering, verlies van spanning in de vlucht, incomplete rotatie/twist, en onvoorbereide landingen. Let op lijn, teenstrek, hoofdpositie, armactie, en gecontroleerde uitdraai.